VERHALEN

HERKENNING - ERKENNING

BANG VOOR AFWIJZING

"ik weet niet anders dan dat ik mezelf aanpaste aan de wensen en verlangens van anderen. Ik was altijd beschikbaar en bereid te helpen, ten koste van mijn eigen autonomie. Ook al had ik geen zin of tijd, ik kwam toch weer opdraven, bang om de ander te verliezen, bang voor afwijzing, boosheid en straf."

BEL HÁÁR MAAR ALS ER WAT IS

"Mijn ouders gingen altijd 5 maanden overwinteren en dan zei mijn moeder tegen mijn oma: "als er wat is Ma, dan belt u háár maar (en daar bedoelde ze mij mee). Ik had er geen probleem mee om voor mijn oma te zorgen, maar wel met het feit dat mijn moeder zonder overleg mijn agenda ging bepalen.

BILJARTEN

"Ik was al in de 50 toen mijn vader belde en vroeg: "Och kom even vanmiddag bij je moeder zitten, die kan niet alleen zijn en ik wil naar biljarten". Ik zei dat ik niet kon omdat ik moest werken. Hij zei: "Kun je dat niet afzeggen, want ik wil echt even naar biljaren." Ik zei dat dat niet ging. Hij was beledigd.

DE REUNIE

Mijn zus zei dat ze samen met onze oude buurjongen had bedacht dat ze een reunie wilden organiseren en ze hadden ook bedacht dat dat wel bij mij kon plaatsvinden want "jij hebt de ruimte". Ik zei dat ik het een goed idee vond (voelde de neiging om ja te zeggen in mijn lijf) en zei "het kan niet bij mij". "Waarom niet, wat kinderachtig", was haar reactie. Ik ging er niet verder op in en voelde nog eens goed die oude neiging om altijd beschikbaar te zijn in mijn lijf maar nu als moment van overwinning. Dat voelde goed, die grens die ik had gesteld. Ik besloot dat vaker te gaan doen.

DE HOND VAN DE BUREN

Ik denk dat ik een jaar of 9 was en mijn moeder ineens vanuit het niets aan mij vroeg: "je was gisteren bij de hond van de buren, wat heb je hem gegeven, want hij is dood". "Ze denken dat je hem wat gegeven hebt!" Ik weet nog dat ik helemaal in de freeze ging. Schaamte, schuld, niet weten wat te zeggen en ook niet begrijpen wat ze zegt. Hond, dood, ik wat gegeven, huh??? Ik was totaal in de war.

MIJN WETENDE GETUIGE

Ik had al heel jong het gevoel dat het gewoon niet klopte hoe ze met ons omgingen. Ik zei dan als meisje van 4: "Stoute mamma, zo mag je niet doen tegen mijn broertje". Mijn oma was mijn Wetende Getuige. Zij vertelde dat ik dat dan zei tegen mijn moeder, zo jong als ik was. En later vertelde mijn tante dat ze tegen mijn vader had gezegd: "Zo ga je toch niet om met je kinderen?" Waarop mijn vader zei: "Bemoei je er niet mee, het zijn mijn kinderen en daarmee doe ik wat ik wil".



DE POLLEPEL

Nieuwe alinea


TWEE TIKKEN

Nieuwe alinea


VERDRIETIGE ZUS

Nieuwe alinea


HET SCHEERAPPARAAT

Nieuwe alinea


ROKEN

Nieuwe alinea


TUINSET

Nieuwe alinea